Categorie: Recensie

Recensie | Alma Mathijsen — De grote goede dingen

Schrijfster Alma Mathijsen (1984) was negen jaar oud toen haar vader, violist Hub Mathijsen, overleed. Deze man, in de jaren zeventig bekend als muzikaal leider van het Resistentieorkest, leidde een ruig leven – hij rookte en dronk zichzelf de dood in – en was meer artiest dan toegewijde vader. Na zijn dood leefde hij voort in wilde verhalen. In de autobiografische roman De grote goede dingen (2014) gaat Alma Mathijsen op zoek naar sporen van haar vader om hem beter te leren kennen.

Het verhaal gaat over de jonge vrouw Mila die samen met Don, de beste vriend van haar overleden vader Just, vroegere (muziek)vrienden bezoekt. De reis voert van Ruigoord naar Eilat (Israël). Leidraad daarbij is een bijzonder muziekinstrument, de violofoon van Just, die plotseling verdwenen is.


Aanvankelijk is Just in de ogen van Mila een held:  een fantastische persoon met een groot muzikaal talent. Door haar zoektocht verandert dit beeld. Want Just had ook zijn donkere kanten. Hij was een alcoholist die hard was voor zichzelf en voor anderen. Dat is het reële beeld waar Mila het mee moet doen. Don vertelt:

‘[J]ouw vader is geen held, zoals jij denkt. Jouw hele leven heeft hij zich kapotgedronken, kapotgerookt, kon zich niet inhouden. (…) Een man die zijn eigen leven verwoestte en het leven van iedereen om hem heen. En vooral dat van jou. En het ergste: het kon hem helemaal niks schelen.’ (p. 162-163)

Het verhaal, de zoektocht naar de violofoon, wordt geregeld onderbroken door flashbacks van Mila en verhalen over Just en zijn strijkkwartet. Ontroerend is de passage waarin Mila beschrijft hoe ze als jong meisje de zieke Just aankijkt en dan beseft dat hij de vaderrol moet laten varen. De grote goede dingen is een roman waaruit verlangen spreekt en is ongetwijfeld een heel persoonlijk boek. De realistische indruk van Just blijkt voor Mila van groter belang dan het vinden van de violofoon. Dit leidt tot een onvermoed einde van de zoektocht. Het is een ontroerend verhaal over een vrouw die wil weten wie haar vader écht was.

Recensie | Naomi Rebekka Boekwijt — Hoogvlakte

Bij het lezen van de debuutroman van Naomi Rebekka Boekwijt moest ik denken aan Gerbrand Bakker. Een heel goed teken. In Hoogvlakte (2014) vinden we dezelfde verstilde sfeer van het platteland. En ook haar stijl heeft met die van Bakker van doen: hoewel minder karig en trefzeker, is de toon beheerst en de woordkeuze precies. Het boek ademt kalmte en gelatenheid:

‘De vlakte was een Nebelloch geworden. De vochtigheid hield aan. Op een aantal akkers stonden de geulen nog steeds vol water. Er zat niks anders op dan te wachten tot het droger werd.’ (p. 29)

Maite, de ik-verteller in Hoogvlakte, is een jonge Nederlandse vrouw en werkt sinds anderhalf jaar op de afgeleefde boerderij van Moser in het Zwitserse Feldi. Ze voert er allerhande taken uit: van het vee verzorgen tot aardappels rooien. In haar vrije tijd rijdt ze motor en trekt ze op met haar leeftijdsgenoot Agnes die aan de overkant van het dal woont. Veel meer sociale contacten heeft Maite niet. Tot Reina, een Zwitserse van midden dertig, haar paard komt stallen op de boerderij van Moser. De vrouwen voelen zich tot elkaar aangetrokken.

Door het dal stroomt de Thur. Het dichtst bij de rivier staan de gebouwen van Moser: zijn boerderij is oud en verzonken. De hoeve van Agnes’ vader Wyss staat hoger en de akkers liggen strak rond het bedrijf. Moser is een gelovig man, maar het lukt hem niet Gods water over Gods akker te laten lopen. Hij maakt zich zorgen over het stijgende peil in de Thur. Zijn koeien gaan naar een boer op de berg en het hogerop gelegen schuurtje laat hij tot een soort ark vertimmeren. ‘Het water komt’, zegt Moser. Het zal wel loslopen, denkt Maite.

Opmaak 1

Heimwee naar de Hollandse benepenheid heeft de verteller niet. Echter, haar nieuwe woonplaats – waar de tijd stil lijkt te staan – benauwd haar ook. Mosers waanzin lijkt steeds meer toe te nemen. Heel af en toe leeft Maite op; er zijn incidentele momenten van geestdrift. Haar band met Reina, dansen in een uitgaansgelegenheid en motorrijden geven haar een kortstondig gevoel van vrijheid. Toch lijkt alles bij het oude te blijven. Iets wat Maite moeilijk kan accepteren. Maar de spanning neemt toe: zal de Thur buiten haar oevers treden? Het overstromingsgevaar zet de verhoudingen op scherp. Hoe zal Moser reageren? En hoe gaat het verder met Reina en Maite? Lukt het hen om écht dichter tot elkaar te komen?

‘Na het melken op de berg was ik vroeg thuis. Ik besloot nog een stuk te gaan lopen. Niet wandelen. Wandelen was onder de tucht van het gezin een slenterend, vreugdeloos gebeuren geweest. Ik stapte flink door. Het zou gaan bliksemen en daar hield ik van. Dat geweld, en daar middenin zijn. Ik liep ter hoogte van Altikon toen de hemel brak. Het flitste en donderde. De regen kwam niet in stromen, zoals in Holland, maar gestaag. Toch was het of alles wat er het afgelopen jaar gegroeid was definitief werd weggespoeld. Vroeger zou ik gekleumd hebben, maar nu had ik zo’n goede doorbloeding dat de aderen bol op mijn handen stonden. Ik hoorde mezelf ademen. Hoezeer had de omgeving invloed op het lichaam. Zij had mij fit en krachtig gemaakt, mijn huid vet tegen de kou en het vocht; het kalkwater sterkte mijn botten.’ (p. 129)

Ik heb genoten van Hoogvlakte. De stijl was goed gedoseerd, een enkel cliché of juist hoogdravende bewoording daargelaten. Je wordt meegenomen in het verhaal, de dreiging van het water geeft het verhaal een zekere onheilspellendheid. De aandacht voor natuur en dieren was aangenaam. Ja, ik ben onder de indruk van dit boek. Naomi Rebekka Boekwijt heeft Gerbrand Bakker niet geëvenaard, maar het komt zeker in de buurt.

De eerste dertig pagina’s van Hoogvlakte kun je hier alvast lezen. Zaterdag 20 december wordt op het digitale kanaal NPO Cultura een interview met Naomi Rebekka Boekwijt uitgezonden dat Kenneth van Zijl onlangs (ik was erbij!) voor Letteren&cetera deed. De schrijfster geeft tijdens dat interview toelichting op haar boek en haar manier van schrijven.

Recensie | Pauline Broekema — Het Boschhuis

Over een enorme bruine koffer boordevol brieven, documenten en foto’s zei de moeder van NOS-verslaggeefster Pauline Broekema: ‘Daar moet jij later iets mee doen. Ik kom uit een bijzondere familie.’ Pas na haar moeders overlijden opende Pauline Broekema deze koffer en ging ze het familiearchief onderzoeken. Het werd een ontdekkingsreis én een zoektocht naar haar moeder.

Pauline Broekema - Het Boschhuis540

In Het Boschhuis (2014) komen verschillende tijdperken tot leven. Zoals het verhaal achter Broekema’s oom Pieter, die in november 1944 op 23-jarige leeftijd door de bezetter werd gefusilleerd. En verder de geschiedenis in: het levensverhaal van overgrootvader Frans Jan ter Beek, tabaksplanter in Indië, die in 1873 boerendochter Jannetje ‘met de handschoen trouwde’. Hoe waren zijn pioniersjaren in Deli? En hoe zag hij Amsterdam opbloeien toen hij teruggekeerd was naar Holland? Ik heb erg genoten van hoe Broekema zijn verhaal heeft uitgediept.

Juul, de opa van Broekema was een idealistische fabrikant die leefde in de jaren dertig van de vorige eeuw. Getrouwd met Jane betrok hij het Boschhuis in Bilthoven waar allerlei interessante mensen langskwamen, onder anderen de pedagoog Kees Boeke en zijn volgelingen. Juul zet zich enorm in voor Boeke en zijn idealen, maar lijkt daarbij soms zijn gezin uit het oog te verliezen. Deze episode vond ik wat minder, ook dwaalde de schrijfster naar mijn idee soms te ver van haar familie af: er kwamen allerlei personen ter sprake die nauwelijks meer van doen hadden met de familie zelf.

En dan volgt dus nog het droevige verhaal van Pieter, de broer van Pauline Broekema’s moeder. Zijn dood heeft uiteraard sporen nagelaten in de familie. Pieter werd herinnerd als een verzetsheld, maar klopt dit beeld wel? Broekema zoekt uit wat hem dreef tot zijn daden. En ze werpt de pijnlijke vraag op of hij niet domweg te veel risico heeft genomen. Een heel aangrijpende geschiedenis die de schrijfster tot in detail vertelt.

Deze familiekroniek neemt de lezer mee in verschillende periodes van de Nederlandse geschiedenis en leert ons veel over hoe mensen handelen. Broekema schrijft beeldend en indringend. Vooral het eerste gedeelte, waarbij Broekema noodgedwongen haar fantasie gebruikt, vond ik prachtig. Vreemd genoeg werden sommige passages in het boek bijna letterlijk herhaald, zat de redacteur soms te slapen? Ik denk dat het boek sowieso beter was geworden als het minstens honderd pagina’s dunner was geweest. Dat neemt niet weg dat ik Het Boschhuis van harte aanraad!

Recensie | Christiaan Weijts — De linkshandigen

‘In het verborgene van elke linkshandige groeit een eigenwijs wezen wiens wereld zich gedraagt naar zelfgemaakte wetten’, zo eindigt ‘Zondag’, het eerste deel van Christiaan Weijts roman De linkshandigen (2014). Er is dan al een hoop gebeurd: Simon Sinkelberg (bij het grote publiek bekend als cartoonist Zink) heeft plotseling besloten dat hij niet langer voor zijn krant zal tekenen. Het heeft allemaal te maken met de spotprenten over een groot telecombedrijf die de hoofdredacteur niet wil plaatsen. Met loeiende motor rijdt Simon weg van de redactie. Niet veel later, op de snelweg, pikt hij een lifter op. De vrouw draagt een zwarte hoed en heeft een witte cellokoffer bij zich. Katharina heet ze; ze wil naar Antwerpen voor een optreden.

Wanneer Simon een tussenstop bij de grote concurrent maakt, krijgt het verhaal een andere wending. Katerina’s relaas blijkt aan alle kanten te rammelen en zelf krijgt Simon een mysterieus telefoonbericht. Wat zit er eigenlijk in die cellokoffer die Katherina zo angtvallig bij zich houdt? En wat betekent het dat ze allebei ‘de sinistere gave van linkshandigheid’ bezitten?

Weijts, De linkshandigen 540

Christiaan Weijts – zelf linkshandig – heeft met De linkshandigen een roman geschreven die goed in elkaar steekt. Halverwege het boek kon ik maar moeilijk stoppen met lezen: je wilt weten hoe het afloopt! Spannend dus, maar tegelijkertijd is De linkshandigen ook opiniërend: actuele thema’s als werkdruk en privacy komen aan de orde.

De dagen na die hectische zondag – we volgen Simon en Katharina tot en met woensdag, ze zijn dan een eind zuidwaarts gereisd – komen we steeds meer te weten over het verleden van beide personages. Vooral Simons verhaal is interessant, te meer daar zijn verleden hem inhaalt. Hoe beïnvloedde de carrière van zijn zus Emma zijn leven als tekenaar? Welk incident zorgde ervoor dat hij een linkshandige tekenaar werd? Hoe kwam Simon vanuit de Britse hoofdstad in Nederland terecht? Ik ga het niet verklappen, dat moet je zelf maar lezen. Rest nog de vraag: is het een vloek of een zegen om tot de minderheid van linkshandigen te behoren? Is het inderdaad een sinistere gave? Zijn linkshandigen creatiever, maar leven ze minder lang dan rechtshandigen? De linkshandigen is een meeslepend en onderhoudend boek waar veel vaart in zit.

In VPRO’s ‘Nooit meer slapen’ sprak Maarten Westerveen Christiaan Weijts over zijn nieuwe roman. Je kunt hieronder het fragment terugluisteren.