Zoekresultaten voor: libris

Winactie (gesloten) | Hanna Bervoets — En alweer bleven we ongedeerd

Vond jij de columns van Hanna Bervoets in Volkskrant Magazine ook altijd zo grappig en herkenbaar? Of ken je deze columns niet? Dan heb ik goed nieuws: ik mag van uitgeverij Atlas Contact één exemplaar van Hanna Bervoets’ nieuwste columnbundel weggeven!

En alweer bleven we ongedeerd is de derde en laatste bundeling columns van Bervoets die ze schreef voor de krant. De stukjes beginnen vaak met een persoonlijke anekdote waaraan de schrijfster iets opvalt. Vervolgens gaat ze wat dieper in op die bijzondere gedraging, die eigenaardige uitspraak of een bepaald verschijnsel en houdt op die manier haarzelf (en de lezer!) een spiegel voor. Snel voeg ik eraan toe: met een flinke dosis humor! Het zijn zeker geen zwaar filosofische stukken, het blijft luchtig. Maar elke column geeft stof tot nadenken, want de situaties zijn vaak erg herkenbaar.

Hannah Bervoets

In ‘Fase’ bijvoorbeeld legt Bervoets haarfijn uit dat je níet zo oud bent als je je voelt (zoals men vaak zegt), maar dat je zo oud bent als de vrienden met wie je opgroeit. Een andere column gaat over het interessante fenomeen ‘zwienden’ (‘binnen de moderne antropologie een vrij onontgonnen gebied’, aldus Bervoets). En waarom moeten we kinderen waarschuwen voor Pippi, ook al is dit creatieve meisje een heldin voor vele generaties? Je leest het in de bundel. Een mooie uitspraak (naar aanleiding van jonge mannen die steeds meer sla eten) vond ik:

‘Voor wie het leven als een woeste zee ziet (en wie doet dat nu niet?), zijn regels het brandhout om je aan vast te klampen, zekerheden de boeien om naartoe te trappelen.’ (p. 41)

Zo’n heel boek vol columns, is dat niet een beetje te veel van het goede? Allereerst: je hóeft het boek niet achter elkaar uit te lezen. Een stukje voor het slapengaan lijkt me een uitstekend idee. Maar geloof me: al glimlachend lees je de ene na de andere column en telkens denk je: ja, eigenlijk heeft ze best we gelijk…

Wat moet je doen om kans te maken op een exemplaar van En alweer bleven we ongedeerdLaat hieronder in een reactie weten dat je meedoet én vertel daarbij welke quote van Hanna Bervoets bij jou favoriet is. Dit kan een citaat zijn uit één van haar romans of vorige columnbundels of kies iets uit haar nieuwste boek: op deze speciale facebook-pagina en op Twitter (zie hieronder) worden dagelijks mooie quotes uit En alweer bleven we ongedeerd gedeeld.


Meedoen kan tot en met 3 juli 2015. Uit de reacties wordt een winnaar gekozen. Ik neem contact met je op als je gewonnen hebt, vul daarom een geldig e-mailadres in bij het reactieformulier (je e-mailadres wordt niet gepubliceerd).

Veel succes!

(De actie is afgelopen. De winnaar, Marlies, heeft bericht gekregen.)

Recensie | Sander van Leeuwen — Liever geen applaus voor ik leef

Prozadebuten van (jonge) Nederlandse auteurs: ik heb er een zwak voor. Ik geef het werk van beginnende schrijvers graag een kans, zo ook dat van Sander van Leeuwen. Via Mustreads las ik over zijn ‘coming-out als wannabe schrijver’, zijn succes op het inmiddels ter ziele gegane TenPages.com en hoe het daarna verder ging. Zou zijn eersteling Liever geen applaus voor ik leef net zo’n droomdebuut zijn als bijvoorbeeld Jaap Robbens Birk (2014)?

Liever geen applaus voor ik leef (2015) is geschreven vanuit het perspectief van de 24-jarige Thomas. Het leven valt hem vies tegen: na zijn studie lukt het Thomas niet een geschikte baan als sociaal psycholoog te vinden. Daarom ligt hij overdag in bed en werkt hij in de avonduren als schoonmaker. Thomas woont samen met Eva, maar hun relatie is precies geworden zoals ze het níet wilden (ze blijven enkel bij elkaar vanwege afspraken en herinneringen). Thomas is neerslachtig en het lukt hem niet om zijn situatie te veranderen. Wanneer hij op een dag uit het niets een brief krijgt van ene Anna – een meisje uit Schotland -, wordt hij wakker geschud. Er ontstaat een correspondentie tussen de twee, maar van een vrolijke briefwisseling is geen sprake. Anna doet Thomas denken aan zijn jeugdvriend Frank die depressief was en zichzelf van het leven beroofde. Uit Anna’s brieven blijkt dat ze steeds gedeprimeerder raakt. Op een gegeven moment besluit ze te stoppen met schrijven. Voor Thomas zit er dan maar één ding op: hij gaat op reis, naar Anna.

Hier eindigt het eerste zwaarmoedige deel van Liever geen applaus voor ik leef. Als lezer moet je echt even doorzetten, je zou er zelf bijna somber door worden! (Wat natuurlijk best knap is van de auteur: hij weet de stemming van zijn personages wel heel goed over te brengen op de lezer.) Gelukkig is het tweede deel van de roman prettiger. Er zit meer vaart in het verhaal. Eindelijk onderneemt Thomas actie. Je reist met hem mee door Schotland en samen met hem word je steeds nieuwsgieriger naar Anna. Wie is dat meisje en hoe gaat het nu met haar? En waarom schreef ze juist Thomas over haar gevoelens?

Liever geen applaus voor ik leef

Dan volgt er een verrassende plotwending die ervoor zorgt dat de spanning toeneemt. Ook de proloog van het verhaal, die aanvankelijk veel vragen oproept, wordt daardoor helder. Door de gebeurtenissen in Schotland is Thomas in staat zijn eigen leven meer sturing te geven. Althans, dat suggereert het hoopvolle slot van het boek. Hoewel het plot dus onvoorspelbaar is, vond ik het toch wat mager; écht diepgang heeft de roman wat mij betreft niet. Ik zou Liever geen applaus voor ik leef dan ook zeker niet iedereen aanraden. Ik denk dat het vooral jongeren aanspreekt die zelf worstelen met het thema van de zin van het leven. Van Leeuwens toegankelijke manier van uitdrukken zal daaraan ook zeker bijdragen.

Zelf was ik niet bijzonder onder de indruk van de schrijfstijl. Hoewel er af en toe mooie beeldspraak werd gebruikt, betrapte ik de auteur hier en daar op een cliché. Ook vond ik de tientallen quotes uit songteksten te veel van het goede. De truc om een bepaalde passage naar een hoger niveau te tillen door het aanhalen van muziek werkt niet keer op keer.

Kortom, ik ben gematigd enthousiast over Liever geen applaus voor ik leef. Het is zeker niet slecht geschreven en het verhaal is doordacht. Maar het is niet het droomdebuut waarop ik hoopte.

Inge kijkt | Moeder & Grunberg

Op 18-jarige leeftijd verliet Arnon Grunberg Amsterdam-Zuid met de ambitie acteur te worden en te ontsnappen aan zijn dominante moeder en zwijgzame vader. Als succesvol schrijver is hij nu woonachtig in New York. De band tussen de schrijver en zijn moeder kwam veelvuldig voor in zijn werk, bijvoorbeeld in de autobiografische roman Blauwe maandagen (1994), maar ook in zijn Voetnoot-stukjes die hij dagelijks voor de Volkskrant schrijft.

In de zomer van 2014 – inmiddels 44 jaar oud – besluit Grunberg terug te keren naar zijn ouderlijk huis. Tijdens de gesprekken over de oorlogsjaren wordt de spanning tussen moeder en zoon voelbaar, maar ook de onvoorwaardelijke liefde die ze voor elkaar voelen. De gesprekken worden afgewisseld met intieme scènes, waarin de wereld onthuld wordt die de schrijver altijd zorgvuldig heeft afgeschermd van zijn publieke leven. De documentaire werpt licht op een zeer bijzondere en intieme moeder-zoon relatie, die is getekend door het tragische levensverhaal van moeder. In februari 2015 overlijdt Hannelore Grünberg-Klein op 87-jarige leeftijd. Haar memoires zijn inmiddels verschenen onder de titel Zolang er nog tranen zijn (2015).

Hieronder de trailer, de gehele documentaire (uitgezonden door de Joodse Omroep en geproduceerd door &Bromet) is hier te zien.

 

Recensie | Ida Simons — In memoriam Mizzi

Eén van de mooiste boeken die ik vorig jaar las, is Ida Simons’ debuutroman Een dwaze maagd (1959). Het verhaal over de naïeve Gittel die vlak voor de Tweede Wereldoorlog opgroeit en zich begeeft in gegoede Joodse families, wordt bijzonder mooi  verteld. Hoewel de ondertoon tragisch is, heeft de schrijfster haar stijl verrassend licht gehouden door het gebruik van ironie en een frisse woordkeuze. En nu is daar de heruitgave van de novelle In memoriam Mizzi (1956) die Simons een paar jaar eerder onder pseudoniem publiceerde (met boeiend nawoord van uitgever Eva Cossée). Net als bij bovenstaande roman weet je al na het lezen van de eerste alinea dat je een buitengewoon boek in handen hebt.

De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in het kamp heerlijk. (p. 7)

Ida Simons - In memoriam Mizzi

Het verhaal speelt zich af tijdens de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog en heeft een autobiografische achtergrond. Ida Simons verbleef samen met haar echtgenoot David en zoontje Jan vanaf september 1943 in de concentratiekampen Westerbork en Theresienstadt. Door een unieke uitruil kwam het gezin in februari 1945 in Zwitserland terecht en hervonden zij hun vrijheid. Kort na de oorlog – inmiddels woonachtig in Den Haag – debuteerde Simons met de poëziebundel Wrange oogst. Tien jaar later publiceerde Simons de verhalenbundel Slijk en sterren; daarin is de novelle In memoriam Mizzi opgenomen. Ontroerend is de opdracht vooraf, aan haar toen al volwassen zoon:

Voor Jan

De dierbaarste zoon die een moeder zich wensen kon, werd In memoriam Mizzi geschreven, omdat ik wilde dat hij niet vergeten zou dat de donkerste uren verlicht kunnen worden door een liefdevol hart.

Mam, 29 november 1956

In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Mizzi, een hondje. Een moeder vertelt over hoe zij en haar zoon in het kamp kennismaken met deze lieve viervoeter. Mizzi woont bij Herr Keppler en zijn vrouw. Hoe het mogelijk was dat zij als kampbewoners een huisdier mochten houden, was een raadsel. Het zal zeker aan de bijzondere Mizzi zelf gelegen hebben. Moeder en zoon zijn direct betoverd door de hond, want Mizzi glimlacht naar mensen. Mizzi heeft een interessante voorgeschiedenis, maar is ook in het kamp van grote betekenis. Voor de patiëntjes van de Kleine Dokter (een arts die met beperkte middelen zieke kampkinderen verzorgt) is Mizzi een welkome afleiding.

Maar het leven in het kamp is hard en onzeker. Transporten en ziekten zorgen voor chaos en verdriet. ‘We gaan, morrend, van de hoogten van het geluk, naar het dal der dagelijkse dingen; we kruipen er dankbaar weer naartoe, uit een afgrond van leed,’ schrijft Simons (p. 28). Het slot van het verhaal stemt weemoedig, het sprookje loopt niet goed af. Eén ding is zeker: Mizzie heeft het door haar bekoorlijke karakter altijd goed gehad, beter dan menigeen in het kamp.

Het bijzondere aan In memoriam Mizzi is dat je, ondanks de aangrijpende achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt, het met een glimlach rond je mond zult lezen. Zo zijn Herr Keppler en de Kleine Dokter aandoenlijke personages die de mensheid hoop geven. ‘Alle kinderen zijn goed, en als ze niet goed zijn hebben ze verkeerde ouders, of helemaal geen ouders,’ laat Simons de Kleine Dokter zeggen (p. 16). En Herr Keppler blijft ervan overtuigd dat er hoe dan ook een weg is, ook al wordt de situatie steeds gecompliceerder. Maar de meeste troost gaat uit van het hartveroverende dier in dit verhaal. Een lichtpuntje in de duisternis. Als ik ooit een hond adopteer, noem ik haar Mizzi!