Recensie | Gerbrand Bakker — Boven is het stil

Gerbrand Bakkers literaire debuut Boven is het stil (2006) is een verhaal over mannen. Mannen die met elkaar verbonden zijn, sterker nog: tot elkaar veroordeeld zijn. Hoofdpersonage is de verteller van het verhaal, de eenzame boer Helmer van Wonderen die samen met zijn vader in het ouderlijk huis woont. Wanneer in 1967 zijn tweelingbroer Henk verongelukt staat zijn leven stil. Vanaf dat moment krijgt hij een rol opgelegd: zijn vader bepaalt dat hij z’n studie moet opgeven en op de boerderij moet komen werken. Die rol was eigenlijk weggelegd voor Henk. Henk was vaders lieveling. Hierdoor voelt Helmer zich zijn leven lang achtergesteld: ondanks dat hij de oudste van de twee is, kreeg Henk het ‘eerstgeboorterecht’ (het klassieke Jakob en Ezau-motief).

Dat Helmer moeite heeft met vastgelegde verhoudingen blijkt ook uit hoe hij aankijkt tegen Jaap, een jongeman die tijdens de jeugd van Henk en Helmer op de boerderij werkte. Vader behandelt Jaap als knecht, Helmer ziet hem heel anders: Jaap is eerder een soort vaderfiguur (of zelfs meer dan dat). De onderlinge verhoudingen bepalen de omgang op de boerderij. Telkens wordt duidelijk dat het leven bepaald wordt door de keuze die anderen maken, daar valt niet over te discussiëren. Helmer is boven alles de helft van een tweeling, ook al is zijn broer al veertig jaar dood. Al die tijd is hij bezig zichzelf te vinden; hij is bezig iemand te worden. Pas als hij 55 jaar oud is, gaat hij voor het eerst zijn eigen keuzes maken (op het kopen van twee ezels na). Het boek begint met de eerste stap naar een eigen leven: ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Eindelijk neemt Helmer het heft in eigen handen. Het natuurlijke evenwicht is hersteld.

Hierna wordt het proces van zoeken naar de eigen identiteit pas goed in gang gezet. Helmer ontvangt een brief van Riet, de vrouw waarmee zijn broer Henk zou trouwen. Zij vraagt of haar zoon, de jonge Henk, een poosje op de boerderij mag komen wonen. Door deze puberende jongen is Helmer in staat zichzelf te ontdekken. De jonge Henk trekt zich niets aan van de al bestaande verhoudingen, hij kan het zelfs goed vinden met de stugge vader. Die vader wordt, naarmate de dood nadert, steeds zachtmoediger. Hij blijkt zijn zoon misschien toch beter te kennen dan men aanvankelijk dacht, hij zegt tegen Helmer: ‘Ik weet wie jij bent.’

Opvallend is dat in het leven van Helmer alles uit tweeën lijkt te bestaan. Hij heeft twee ezels, er zijn twee buurjongens, twee melkrijders, een jonge en een oude Henk. De één lijkt pas betekenis te krijgen in vergelijking met de ander. Dat geldt natuurlijk ook voor Helmer zelf: als helft van een tweeling staat zijn leven ook in het teken van de ander. Pas als hij die ander los kan laten, alleen komt te staan, is hij echt zichzelf.

Het is een ontroerend verhaal. Helmer is geen typische boer: hij denkt, hij droomt, hij worstelt. Het is vooral een verhaal over eenzaamheid, uiteindelijk sta je er alleen voor. Je kunt je nog zo verbonden voelen met anderen – alsof je één lijf deelt – je blijft alleen achter.

Helmer mag dan geen typische boer zijn, de ruimte waarin het verhaal zich afspeelt is wél typisch voor het Hollandse boerenleven. Zulke sfeerbeschrijvingen van het platteland komen we niet vaak tegen in de literatuur: gewoon zoals het is. Geen geromantiseerd beeld, maar sneue schapen en een overbuurvrouw die je met de verrekijker bespiedt.  Het is ook typisch voor deze tijd: net als in werkelijkheid wordt het boerenbestaan met uitsterven bedreigd. Helmer is de laatste Van Wonderen, hij kan niet anders dan de boel verkopen.

Zou dit boek over het Hollandse platteland misschien ook in de Hollandse stijl zijn geschreven? Bakkers stijl is inderdaad als karig te bestempelen: geen verheven taal of een uitgedachte woordkeuze op het eerste gezicht. Ook wordt er veel verzwegen in dit boek, eigenlijk is alleen de laatste zin heel expliciet: ‘Ik ben alleen.’ De Hollandse nuchterheid valt in Boven is het stil zeker te bespeuren: er is geen sprake van vals sentiment. De lezer wordt keer op keer uitgenodigd om zelf te interpreteren, er wordt weinig uitgelegd. Dat begint al bij de titel. ‘Boven’, dat slaat natuurlijk op de vader die ligt te sterven, maar misschien ook op Helmer die uiteindelijk rust vindt door zijn droom na te jagen (naar Denemarken – richting boven op de kaart – te reizen) en niet meer aldoor aan het malen is. Dan wordt het boven, in het hoofd, stil.

Hollandse stijl of niet, zeker is dat de lezer de karigheid en trefzekerheid van het boek goed kon waarderen. Boven is het stil  werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2007. Daarnaast werd het boek bekroond met de DebutantenPrijs 2006 en het Gouden Ezelsoor 2006. Het boek werd in meerdere talen vertaald. In juni 2010 won The Twin (vertaald door David Colmer) de International IMPAC Dublin Literary Award, internationaal één van de grootste erkenningen voor in het Engels vertaalde literatuur. Inmiddels is er een toneelbewerking van de roman tot stand gekomen en werkt Nanouk Leopold aan de verfilming ervan. Een droom voor een debuterend schrijver, maar Gerbrand Bakker heeft het dan ook echt verdiend: hij heeft een van de mooiste boeken van het afgelopen decennium geschreven.

2 reacties

  1. Pingback: Verslag ‘Boven is het stil’ van Gerbrand Bakker | Literatuur- en cultuurblog van Loike Verschoren
  2. Pingback: Boven is het stil | Literatuurblog

Plaats reactie

Je kunt de volgende HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>