Recensie | Ida Simons — In memoriam Mizzi

Eén van de mooiste boeken die ik vorig jaar las, is Ida Simons’ debuutroman Een dwaze maagd (1959). Het verhaal over de naïeve Gittel die vlak voor de Tweede Wereldoorlog opgroeit en zich begeeft in gegoede Joodse families, wordt bijzonder mooi  verteld. Hoewel de ondertoon tragisch is, heeft de schrijfster haar stijl verrassend licht gehouden door het gebruik van ironie en een frisse woordkeuze. En nu is daar de heruitgave van de novelle In memoriam Mizzi (1956) die Simons een paar jaar eerder onder pseudoniem publiceerde (met boeiend nawoord van uitgever Eva Cossée). Net als bij bovenstaande roman weet je al na het lezen van de eerste alinea dat je een buitengewoon boek in handen hebt.

De waarheid moet maar eens gezegd: de kinderen vonden het leven in het kamp heerlijk. (p. 7)

Ida Simons - In memoriam Mizzi

Het verhaal speelt zich af tijdens de donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog en heeft een autobiografische achtergrond. Ida Simons verbleef samen met haar echtgenoot David en zoontje Jan vanaf september 1943 in de concentratiekampen Westerbork en Theresienstadt. Door een unieke uitruil kwam het gezin in februari 1945 in Zwitserland terecht en hervonden zij hun vrijheid. Kort na de oorlog – inmiddels woonachtig in Den Haag – debuteerde Simons met de poëziebundel Wrange oogst. Tien jaar later publiceerde Simons de verhalenbundel Slijk en sterren; daarin is de novelle In memoriam Mizzi opgenomen. Ontroerend is de opdracht vooraf, aan haar toen al volwassen zoon:

Voor Jan

De dierbaarste zoon die een moeder zich wensen kon, werd In memoriam Mizzi geschreven, omdat ik wilde dat hij niet vergeten zou dat de donkerste uren verlicht kunnen worden door een liefdevol hart.

Mam, 29 november 1956

In dit verhaal is de hoofdrol weggelegd voor Mizzi, een hondje. Een moeder vertelt over hoe zij en haar zoon in het kamp kennismaken met deze lieve viervoeter. Mizzi woont bij Herr Keppler en zijn vrouw. Hoe het mogelijk was dat zij als kampbewoners een huisdier mochten houden, was een raadsel. Het zal zeker aan de bijzondere Mizzi zelf gelegen hebben. Moeder en zoon zijn direct betoverd door de hond, want Mizzi glimlacht naar mensen. Mizzi heeft een interessante voorgeschiedenis, maar is ook in het kamp van grote betekenis. Voor de patiëntjes van de Kleine Dokter (een arts die met beperkte middelen zieke kampkinderen verzorgt) is Mizzi een welkome afleiding.

Maar het leven in het kamp is hard en onzeker. Transporten en ziekten zorgen voor chaos en verdriet. ‘We gaan, morrend, van de hoogten van het geluk, naar het dal der dagelijkse dingen; we kruipen er dankbaar weer naartoe, uit een afgrond van leed,’ schrijft Simons (p. 28). Het slot van het verhaal stemt weemoedig, het sprookje loopt niet goed af. Eén ding is zeker: Mizzie heeft het door haar bekoorlijke karakter altijd goed gehad, beter dan menigeen in het kamp.

Het bijzondere aan In memoriam Mizzi is dat je, ondanks de aangrijpende achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt, het met een glimlach rond je mond zult lezen. Zo zijn Herr Keppler en de Kleine Dokter aandoenlijke personages die de mensheid hoop geven. ‘Alle kinderen zijn goed, en als ze niet goed zijn hebben ze verkeerde ouders, of helemaal geen ouders,’ laat Simons de Kleine Dokter zeggen (p. 16). En Herr Keppler blijft ervan overtuigd dat er hoe dan ook een weg is, ook al wordt de situatie steeds gecompliceerder. Maar de meeste troost gaat uit van het hartveroverende dier in dit verhaal. Een lichtpuntje in de duisternis. Als ik ooit een hond adopteer, noem ik haar Mizzi!

3 reacties

Plaats reactie

Je kunt de volgende HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>