Recensie: Joris van Casteren — Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf

Iedere tijd kent zijn eigen literaire beloftes. Debutanten dromen van een loopbaan in de letteren en grote prijzen. Maar wie kent Kees Wielemaker nog? Of Maartje Luccioni? Ogenschijnlijk leek hun carrière in niets te verschillen van die van hun collega’s die tegenwoordig gerekend worden tot succesvolle auteurs. Maar de schrijvers uit Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf. Portretten van vergeten schrijvers (2006) kregen allen op een dag te horen dat hun boeken niet meer zouden worden uitgegeven. Joris van Casteren zocht deze schrijvers op en portretteerde hen. Ik kocht het boekje voor € 5,- in de ramsj, en las af en toe een hoofdstukje.

Het zijn stuk voor stuk interessante geschiedenissen. Zoals het verhaal van Judicus Versteegen (1933). Zijn debuut in 1967 werd gezien als ‘een literaire voltreffer’. Er volgden nog zeker tien titels. En toch raakte de auteur in de vergetelheid, zijn werk verkocht niet goed. Hij kon niet meer leven van de pen en verblijft bij het verschijnen van dit boek al meer dan twintig jaar in een psychiatrische inrichting. Hij schrijft van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Zijn kamer staat vol met verhuisdozen die gevuld zijn met ongepubliceerde manuscripten. Wat moet daarmee gebeuren? ‘Verbranden zou een mogelijkheid zijn,’ is het antwoord van Versteegen.

De verhalen zijn heel divers. De meeste geportretteerden zijn geboren schrijvers en hebben de moed nog niet opgegeven. ‘Voor mijn gevoel is het nog niet afgelopen,’ zegt Huub van Haaren bijvoorbeeld, wiens debuut ondanks de goede ontvangst naar De Slegte werd afgevoerd. Christien Kok heeft na tien jaar zonder uitgever nog niet besloten of ze wil stoppen of doorgaan. Anderen hebben de literatuur bewust de rug toegekeerd, soms verbitterd. Alexander Zwagerman wil geen grachtengordelschrijver zijn, zoals zijn broer. Literaire boeken zal hij niet meer schrijven. ‘Al die netwerken onderhouden en mensen leren kennen die je niet wilt kennen, ik moet er niet aan denken.’

Dat boeken uitgeven vooral een commerciële zaak is, heeft men soms niet in de gaten. ‘Ik snap niet dat geen uitgever mededogen kent met een schrijfster die al zeven boeken op haar naam heeft staan. Voor wie het schrijven een levensvervulling is,’ zegt schrijfster Flip Willemsen misnoegd. En Helen Knopper schreef in een boze brief aan haar uitgever: ‘Als ik Reve had geheten, hadden jullie mij geredigeerd tot je blauw zag.’ Maar zo werkt het niet. Het draait allemaal om de oplages, de verkoopcijfers. Natuurlijk zijn lovende kritieken fijn, maar een boek moet wel verkopen. Tijdens het lezen van dit boekje heb ik mij soms verbaasd over hoe lang een uitgever nog doorging met het publiceren van werk van een gematigd auteur. En volgens mij waren de werkbeursen in de jaren tachtig ook niet mis! Dat neemt niet weg dat er ongetwijfeld literaire hoogstandjes de weg naar het publiek níet gevonden hebben, wat een treurige gedachte is. ‘Na mijn dood wacht hier een literaire schat die grondig bestudeerd zal moeten worden,’ zegt Steven Membrecht bezwerend.

Van Casteren schrijft op een afstandelijke toon, wat de pijnlijkheid van sommige gevallen nóg beter doet uitkomen. Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf is een aandoenlijk boek over vergeten schrijvers, zeker de moeite waard voor een ieder die geïnteresseerd is in het boekenvak. En misschien kan het boek gelden als een waarschuwing voor debutanten die denken dat de wereld aan hun voeten ligt. Eén schale troost: sommige schrijvers worden pas geroemd ná hun dood…

 

2 reacties

  1. Pingback: Recensies -2- voor Uitdaging voor 2013: Ik Lees Nederlands! | De Boekblogger
  2. Pingback: Recensies -3- voor Uitdaging voor 2013: Ik Lees Nederlands! | De Boekblogger

Plaats reactie

Je kunt de volgende HTML tags gebruiken:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>