Tags: Adriaan van Dis

Inge kijkt: ‘Louis Couperus, niet te stillen onrust’

Ter gelegenheid van het Couperusjaar maakte regisseur Jan Louter samen met schrijver Bas Heijne een documentaire over Louis Couperus (1863-1929). Op 1 oktober werd de film in het Het uur van de wolf (NTR) uitgezonden en ik heb ervan genoten! Bas Heijne houdt een pleidooi voor het beter leren kennen van Couperus’ werk omdat het nog altijd actueel is. Heijne legt uit wat Couperus bedoelde met ‘de mystiek der zichtbare dingen’ en bestempelt Couperus als een visonaire auteur. Zijn wereldbeeld werd gekenmerkt door verwondering en desillussie.

In de documentaire bezoekt Heijne een aantal plekken op aarde die voor Couperus belangrijk zijn geweest. De kijker wordt getrakteerd op prachtige beelden van Den Haag, Java en Toscane. Er wordt veel geciteerd uit bekend en minder bekend werk van Couperus (voorgelezen door Arthur Japin). Hieronder zie je de teaser, de gehele documentaire is hier terug te zien.


 

Bas Heijne was eerder te gast in het programma DWDD (samen met Adriaan van Dis) om over Couperus te vertellen (klik). Ook schreef hij recentelijk het esssay Angst en schoonheid (2013) over het leven en werk van Couperus (klik).

Recensies door Inge

 

Hieronder vind je een alfabetisch overzicht van alle boeken die ik op dit blog besproken heb. De teksten zijn van mijn hand, tenzij anders vermeld (bijvoorbeeld citaten of blurb). De recensies moeten opgevat worden als persoonlijke leeservaringen. Het maakt niet uit of ik een boek gekregen, geleend of zelf gekocht heb: ik geef mijn oprechte mening.

A
Ilse Akkermans — Bestemming Soerabaja (2014)
Yasmine Allas — De onvoltooide (2013)
Karin Amatmoekrim — De man van veel (2013)

B
Gerbrand Bakker — Boven is het stil (2006)
Abdelkader Benali — De stem van mijn moeder (2009)
Walter van den Berg — Van dode mannen win je niet (2013)
Bernlief — Wit geld (2014)
Naomi Rebekka Boekwijt — Hoogvlakte (2014)
Wanda Bommer — De bijvangst (2014)
Marlies Brenters — Overzee (2015)
Martin Bril — Het geluk dat gezin heet (2013)
Pauline Broekema — Het Boschhuis (2014)
Jan Brokken — De vergelding (2013)

C
Joris van Casteren — Zeg mijn lezers dat ik doorschrijf (2006)
Louis Couperus — Eline Vere (1889)
Louis Couperus — Van oude mensen, de dingen, die voorbijgaan (1906)

D
Adriaan van Dis — Tikkop (2010)
Owen Donkers — IJsbrood (2013)

E
Anna Enquist — De verdovers (2011)

F

G
Elke Geurts — De weg naar zee (2013)
Wouter Godijn — Hoe ik een beroemde Nederlander werd (2013)
Anne-Gine Goemans — Glijvlucht (2011)
Arnon Grunberg — Tirza (2008)
Arnon Grunberg — Huid en haar (2010)
Frank Gunning — Meisje van glas (2014)

H
Hella S. Haasse — Heren van de thee (1992)
Maarten ’t Hart — Magdalena (2015)
Thomas Heerma van Voss — Stern (2013)
Toine Heijmans — Op zee (2011)
Toine Heijmans — Pristina (2014)
Hanneke Hendrix — De dyslectische hartenclub (2014)
Ingmar Heytze — Reisoefeningen (2013)
Auke Hulst — Kinderen van het ruige land (2012)

I

J
Arthur Japin — Maar buiten is het feest (2012)
Oek de Jong — Pier en oceaan (2012)
Pia de Jong — Lange dagen (2008)

K
Eva Kelder — Het leek stiller dan het was (2014)
Yvonne Keuls — Koningin van de nacht (2014)
Corine Kisling — Het badhuis (2013)
Judith Koelemeijer — Hemelvaart (2013)
Auke Kok — De eenzaamste vrouw van Amsterdam (2014)
Guus Kuijer — De bijbel voor ongelovigen (2012)
Guus Kuijer — De bijbel voor ongelovigen. De uittocht en de intocht (2013)
Sjoerd Kuyper — Hotel De Grote L (2014)
Deniz Kuypers — Dagen zonder Dulci (2013)
Ernest van der Kwast — Mama Tandoori (2010)

L
Joke van Leeuwen — Feest van het begin (2012)
Sander van Leeuwen — Liever geen applaus voor ik leef (2015)
Ted van Lieshout — Mijn meneer (2012)
Tomas Lieske — Door de waterspiegel (2014)
Tessa de Loo — Kenau (2013)
Jannah Loontjens — Misschien wel niet (2014)

M
Alma Mathijsen — De grote goede dingen (2014)
Myrthe van der Meer — PAAZ (2012)
Mariët Meester — Hollands Siberië (2014)
Victor Meijer — Snoepreis (2013)
Margriet de Moor — Mélodie d’amour (2013)
Erwin Mortier — Gestameld liedboek. Moedergetijden (2011)
Charlotte Mutsaers — Koetsier Herfst (2008)

N

O
Christine Otten — Rafaël (2014)

P

Q

R
Jaap Robben — Birk (2014)

S

Ida Simons — In memoriam Mizzi (1956)
Ida Simons — Een dwaze maagd (1959)
Pauline Slot — De hond als medemens (2014)
Susan Smit — Gisèle (2013)
Gerardo Soto y Koelemeijer — De gestolen kinderen (2013)
F. Springer — Met stille trom (2012)
Rinus Spruit — Een dag om aan de balk te spijkeren (2013)

T
Peter Terrin — Post mortem (2012)
P.F. Thomése — Het bamischandaal (2012)
Franca Treur: De woongroep (2014)
Elfie Tromp — Goeroe (2013)

U

V
Dimitri Verhulst — De laatkomer (2013)
Carlijn Vis – Vrij spel (2012)

W
Bert Wagendorp — Ventoux (2013)
Christiaan Weijts — De linkshandigen (2014)
Frank Westerman — Stikvallei (2013)
Aukelien Weverling — Het land (2013)
Jolande Withuis — Juliana’s vergeten oorlog (2014)
Maartje Wortel — IJstijd (2014)

X

Y

Z
Annejet van der Zijl — Moord in de Bloedstraat (2013)

Zomerleestips

Dag in dag uit van het mooie weer genieten met een boek op schoot… dat is pas echt vakantie! Heb je nog geen idee wat er mee moet in de koffer? Bij dezen mijn tips voor fijne zomerse boeken, voor elk wat wils. (Ik heb alle boeken zelf (ooit) gelezen, maar de beschrijvingen zijn niet van mij, maar flapteksten.)

Verhalen

A.L. Snijders – De taal is een hond (2011)

In de jaren negentig van de vorige eeuw schreef A.L. Snijders, die met zijn zeer korte verhalen (‘zkv’s’) een steeds groter lezerspubliek aan zich weet te binden, columns voor de Deventer Dagblad Combinatie. Zijn contactpersoon was de hoofdredacteur, de heer Van der Moer. Vanaf de eerste bijdrage liet Snijders zijn stukken vergezeld gaan van een begeleidende brief aan de heer Van der Moer, een man die hij overigens niet kende en ook niet leerde kennen, want de hoofdredacteur schreef zelden terug. In De taal is een hond (eerder verschenen als Heimelijke vreugde II) zijn die columns en brieven gebundeld.

A. Koolhaas – Alle dierenverhalen (2009)

P. C. Hooftprijswinnaar A. Koolhaas (1912 – 1992) publiceerde naast romans en novellen 57 dierenverhalen verspreid over elf bundels, die later werden herdrukt in Alle dierenverhalen. Waar sprekende of denkende dieren bij andere schrijvers symbool staan voor mensen, zijn zij bij Koolhaas volstrekt zichzelf. Zij kúnnen eenvoudig niet anders heten dan ze heten noch anders spreken dan zoals ze doen. Koolhaas’ humor is vaak galgenhumor. Zijn wijsheid is nergens zwaarwichtig. Daardoor heerst er in al deze verhalen een toverachtig licht. Met humor en mededogen toont Koolhaas al zijn dieren in hun volle glorie en – in tegenstelling tot de meeste dierenverhalen voor kinderen – onveranderlijk ook in hun stervensuur.

J.M.A. Biesheuvel – Zeeverhalen (2007)

‘Menige lezer zal het niet zijn opgevallen dat ik in het diepst van mijn hart een schrijver van zeeverhalen ben.’ Zo begon J.M.A. Biesheuvel zijn voorwoord bij de uitgave van Zeeverhalen in 1985. De bundel bevatte de verhalen die anders ‘verscholen zaten tussen landrotverhalen’: beroemde verhalen ‘In de bovenkooi’, ‘Storm op zee’, ‘Tanker cleaning’, ‘Brommer op zee’, ‘Het einde van kapitein O’Durrel’, ‘Relaas van een schipbreukeling’ en ‘O! kapitein te zijn’. Deze uitgebreide herdruk van Zeeverhalen verscheen ter gelegenheid van de bekroning van Biesheuvels oeuvre met de P.C. Hooftprijs in 2007.

 

Non-fictie

Nonfictietips

Adriaan van Dis – Stadsliefde. Scènes in Parijs (2011)

Adriaan van Dis woonde ruim zeven jaar in Parijs en nog steeds voelt hij zich verbonden met die stad en probeert hij de helft van zijn tijd er door te brengen. Hij huurt er een chambre de bonne, waar een deel van zijn boeken staat en van waaruit hij door de stad wandelt – week in week uit. Hij is er onzichtbaar en verkent wijken waar gewoonlijk geen toeristen komen. Voor hem is Parijs een altijd veranderende stad: gekleurd, verscheurd en vol verborgen geschiedenissen. Hij gaat mee uit boksen met de zoon van zijn werkster uit Sri Lanka, bezoekt het variété met een verlepte danseres, dwaalt met oude getuigen langs beladen adressen en kijkt achter de luiken waar de illegalen werken. Het nieuwe Europa voltrekt zich voor zijn ogen. Van Dis wandelt om het avontuur en doet daarvan verslag in dagboek en verhalen. In Een blanke koopt een paar schoenen brengt hij het beste bijeen.

Martin Bril – Het geluk dat gezin heet (2013)

De weg naar school, de verhuizing, de vakanties, het ontbijt, het jaarlijks terugkerende ritueel van de aanschaf van de kerstboom _ niet altijd even soepel verlopen de dagelijkse rituelen van het gezin. Bril tekent de herkenbare familietaferelen met liefdevolle en humoristische pen op, en hij beschrijft met de nodige zelfspot zijn eigen poging invulling te geven aan het vaderschap. In Het geluk dat gezin heet zijn hilarische en ontroerende verhalen gebundeld die Bril als observator van zijn eigen gezin en dat van gezinnen om hem heen schreef. Martin Bril (1959-2009) schreef jarenlang een van de meest gelezen columns in Nederland, eerst in Het Parool en vanaf 2001 in de Volkskrant. Bril publiceerde tientallen boeken die steevast uitgroeiden tot bestsellers. (Lees mijn recensie hier.)

Maarten ’t Hart – Dienstreizen van een thuisblijver (2011)

Maarten ’t Hart schreef zijn eerste biografie Het roer kan nog zesmaal om in 1984. Al leek de titel koerswijzigingen aan te kondigen, niets is daarvan terechtgekomen. In feite is er sinds 1984 weinig in zijn leven veranderd, behalve dan dat zijn werk vooral in Duitsland grote opgang heeft gemaakt. Over de vaak opmerkelijke en soms ook bizarre consequenties daarvan brengt hij verslag uit in dit boek. ’t Hart wordt niet alleen in Duitsland gelezen, maar ook in Hongarije en Zweden. Ook dat levert hilarische hoofdstukken op, evenals zijn weergave van hoe het hem verging als beoogd biograaf van Simon Vestdijk. Aldus ontstond, ondanks het feit dat sinds 1984 het roer niet meer om ging, een kleurrijk vervolg op zijn eerdere biografie.

 

Korte romans, met een vleugje spanning

Corine Kisling – Het badhuis (2013)

Een oude vrouw is uitgegleden in bad en kan er op eigen kracht niet meer uit. Haar geroep om hulp wordt niet gehoord. In de bange uren (wellicht dagen) die ze in de steeds verder afkoelende badkuip doorbrengt komen herinneringen boven aan aangrijpende gebeurtenissen in haar leven: een tragische zelfmoord, de dood van haar kind, en het gruwelijke levenseinde van een van de pastoors in het dorp. Naarmate de tijd verstrijkt neemt haar desoriëntatie toe en wordt de kans dat ze bevrijd wordt alsmaar kleiner. Het badhuis is een aangrijpend en tijdloos verhaal over de onontkoombaarheid van veranderingen en verval. Een oude vrouw overdenkt in een uiterste benarde positie haar hele leven. Zal ze op tijd gevonden worden? Had ze anders moeten leven? (Lees mijn recensie hier.)

Pia de Jong – Lange dagen (2008)

De veertienjarige Eva wil het liefst met haar familie naar een mediterraan vakantieoord, maar haar vader heeft andere plannen. Hij bereidt zijn gezin voor op een wandelvakantie in Lapland, in het uiterste noorden van Europa, met niets anders dan tenten, rugzakken, eindeloze natuur en elkaar. Naarmate de toch dichterbij komt en Eva’s vader bevlogener wordt, zien Eva en haar broer Steven er steeds meer tegen op. Eenmaal in de leegte van de Laplandse bossen aangekomen, merkt Eva dat ze verstrikt raakt in een cirkel van liefde voor en afhankelijkheid van haar vader, die door de meedogenloosheid van de omringende natuur alleen maar wordt versterkt. De leegte, uitgestrektheid en hardheid van het Scandinavische landschap staan in schril contrast tot de dynamiek, kracht en intensiteit van de gebeurtenissen. (Lees mijn recensie hier.)

Toine Heijmans – Op zee (2007)

Op zee is een spannende, wonderschone roman over ouders en kinderen en de angst om alles te verliezen. Een vader neemt zijn zevenjarige dochter mee op een zeiltocht, in twee dagen van Noord-Denemarken naar Nederland. Afgezonderd van de rest van de wereld horen ze meer dan ooit bij elkaar. Totdat er iets gebeurt wat hun leven totaal op zijn kop zet. (Lees mijn recensie hier.)

Literaire klassiekers

Drieklassiekers

Louis Couperus – De stille kracht (1889)

In Laboewangi op het eiland Java vindt een aantal onverklaarbare gebeurtenissen plaats. De inwoners wijzen die toe aan ‘de stille kracht’, een Indisch mysterie dat de mensen in zijn greep houdt. De resident Otto van Oudijck vindt de stille kracht maar onzin. Maar als hij een regent ontslaat omdat die zich op een feest onbeschoft gedragen heeft, vinden er plotseling vreemde dingen in zijn huis plaats. Als hij zich zelf zwakker gaat voelen en ziek wordt, gaat hij steeds meer in de stille kracht geloven.

F. Bordewijk – Karakter (1938)

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan – zelfs de liefde wordt eraan opgeofferd. Karakter geldt als het meesterwerk van Bordewijk. Het boek heeft vijfenzeventig jaar na verschijnen nog niets aan kracht en leesbaarheid ingeboet.

W.F. Hermans  – Nooit meer slapen (1966)

Nooit meer slapen is het meesterlijke verhaal van de jonge geoloog Alfred Issendorf, die in het moerassige noorden van Noorwegen onderzoek wil verrichten om de hypothese van zijn leermeester en promotor Sibbelee te staven. Issendorf is ambitieus: hij hoopt dat hem op deze reis iets groots te wachten staat, dat zijn naam aan een belangrijk wetenschappelijk feit zal worden verbonden. Deze ambitie hangt samen met het verlangen het werk van zijn vader, die door een ongeluk tijdens een onderzoekstocht om het leven kwam, te voltooien. Nooit meer slapen is een grootse roman over grote dromen.

 

Dikke pillen

Hugo Claus – Het verdriet van België (1983)

De hoofdpersoon van het verhaal, Louis Seynaeve, is elf jaar en leerling op een nonneninternaat. Verwarring, hunkering en bedrog vormen zijn jongensjaren en alleen door te fantaseren, de werkelijkheid geweld aan te doen kan hij overleven. Het leven in de Tweede Wereldoorlog wordt door Claus opgeroepen in een even complexe als meeslepende roman, die met recht het hoofdwerk uit zijn oeuvre mag worden genoemd.

Peter Buwalda – Bonita Avenue (2010)

Joni Sigerius, de dochter van de rector magnificus van de Twentse universiteit, drijft samen met haar vriend Aaron een handeltje dat ze maar liever voor haar krachtige en briljante vader verborgen houdt. Het is in het jaar van de vuurwerkramp dat ook in het gezin de boel explodeert. Niet alleen lopen Joni en Aaron tegen de lamp, die zomer komt ook de enige en echte zoon van Sigerius vrij uit de Scheveningse gevangenis. Acht jaar later pas Joni verdient inmiddels miljoenen in Los Angeles verneemt Aaron wat er zich in 2000 werkelijk heeft afgespeeld. Peter Buwalda schreef een meeslepende debuutroman over noodlot en verval, idylle en schoonheid.

Oek de Jong – Pier en oceaan (2012)

Pier en oceaan is het magnum opus van Oek de Jong. In achthonderd pagina’s beschrijft hij de geschiedenis van Abel Roorda, zijn ouders en grootouders én de grote verandering die Nederland onderging in de periode tussen de hongerwinter van 1944 en de komst van de grote welvaart in de jaren zestig. De roman speelt zich af in Amsterdam en op het Friese en Zeeuwse platteland, destijds nog de ‘diepe provincie’. Naast de vier hoofdpersonen zijn er tientallen bijfiguren die het verhaal kleur en afwisseling geven. (Lees mijn recensie hier.)


Reizen in romans

Drietipsreizen in romans

Frank Westerman – Ararat (2007)

In Ararat maakt Frank Westerman een adembenemende reis op het breukvlak van religie en wetenschap. ‘Waar is de God van mijn kinderbijbel? Wie of wat heeft Zijn plaats ingenomen?’Deze en andere vragen komen op wanneer Frank Westerman vanuit Armenië de bijbelse Ararat ziet, waar ooit de ark van Noach zou zijn gestrand. Op zoek naar ervaringen die zijn persoonlijke binnenwereld tonen, houdt hij de mythes én de steenharde realiteit van deze majestueuze vulkaan tegen het licht. Ararat, culminerend in de beklimming van de hoogste gletsjer boven de 5000 meter, is tegelijk een tijdreis door het Nederland dat in enkele decennia het anker van het geloof lichtte.

Gerbrand Bakker – De omweg (2010)

Amsterdam. Een vrouw verdwijnt. Haar echtgenoot wordt verhoord door een begripvolle politieagent en gaat te rade bij zijn schoonouders. De vrouw heeft een oud huis gehuurd, ver weg, in Wales. Om een nieuwe start te maken. Ze wil dingen vergeten, is gevlucht voor lastige situaties en pijnlijk nieuws. Maar ook begint ze onbewust weer op te bouwen. Misschien komt alles toch nog goed. Het is november, het wordt december. Een botte schapenboer slacht een lam, een huisarts zit zich dood te roken in zijn lege praktijk, de vrouw laat haar haren kort knippen door de plaatselijke kapster. Van de tien witte ganzen op het veld bij het huis zijn er na twee maanden nog vier over. En wat moet ze met de vriendelijke maar ongrijpbare jongen die op een nevelige namiddag over de muur rondom haar tuin springt?

Abdelkader Benali – Bruiloft aan zee (1996)

De zus van Lamarat – een tweede generatie-Marokkaan van een jaar of twintig – wordt uitgehuwelijkt aan haar oom Mosa en daarom keert de hele familie terug naar hun geboorteplaats in het Rifgebergte. Maar de bruidegom vlucht en Lamarat krijgt de opdracht hem te zoeken. Benali spot met clichés, speelt vol enthousiasme met de taal en vertelt zo niet één, maar meerdere verhalen. Dit debuut van Benali past in de categorie ‘migrantenliteratuur’, maar is zeker ook een voorbeeld van een postmodernistische roman.

Heb je zelf nog tips? Laat het weten in een reactie!

 

Recensie | Adriaan van Dis — Tikkop

Toen Adriaan van Dis’ laatste roman Tikkop in september 2010 verscheen, las ik ‘em direct. Later bestudeerde ik het boek nog eens beter, toen de auteur een lezing kwam geven bij mijn studievereniging (en ik hielp bij de organisatie van een Zuid-Afrikaanse borrel). Nu, bijna drie jaar later, schrijf ik mijn master thesis over Tikkop. Hoogste tijd dus om het boek eens te bespreken!

Schrijver en tv-presentator Adriaan van Dis is al meer dan veertig jaar betrokken bij Zuid-Afrika. In 1973 studeerde hij in Stellenbosch. Kort daarvoor was Van Dis betrokken geraakt bij een Parijse anti-apartheidsorganisatie. Omdat hij zich in de media kritisch uitliet over Zuid-Afrika, werd hem de toegang tot het land geweigerd. Daarom reisde de schrijver in 1989 af naar Mozambique, met als doel Zuid-Afrika illegaal te bezoeken. De ervaringen in Mozambique (waar een burgeroorlog gaande was) vinden hun weerslag in In Afrika (1991). Een paar weken na de vrijlating van Mandela in 1990 kreeg Van Dis alsnog een visum voor Zuid-Afrika. De reis die hij vervolgens maakte, resulteerde in de reisroman Het beloofde land (1989). Twintig jaar later verbleef Van Dis opnieuw voor langere tijd in Zuid-Afrika. Over die reis schreef hij Tikkop

In Tikkop duikt opnieuw zijn alter ego op: Mulder. Dit personage kwam al eerder voor in De wandelaar (2007): een gedistingeerd heer die al worstelend met zijn drang om ‘goed te doen’ de zelfkant van Parijs leert kennen. Nu maken we ook kennis met het verleden van Mulder. Toen Mulder nog Marten heette, zat hij vol idealen. Marten studeerde Afrikaans omdat hij de taal zo mooi vond, maar wilde ook politiek een daad stellen. Zo raakte hij in de jaren 70 betrokken bij de strijd tegen apartheid. Marten werd in Parijs klaargestoomd voor een missie naar Zuid-Afrika. Het waren spannende tijden: dromen van een rechtvaardige toekomst, de held uithangen pour la cause, ontmoetingen met wonderlijke mensen zoals de verleidelijke Cathérine…      

Inmiddels is het veertig jaar later. Mulder heeft twee beroertes achter de rug en kampt nog met de gevolgen ervan (een haperend geheugen) wanneer hij in Parijs zijn vroegere comrade Donald ontmoet. Deze blanke Zuid-Afrikaan woont in de West-Kaap en koestert geen oude idealen meer. Mulder wordt door Donald uitgenodigd om naar Zuid-Afrika te komen, om de hersenen te trainen middels het opdiepen van herinneringen. ‘Kon ie meteen zien wat er van hun droom geworden was.’

Mulder huurt boven op het duin een krakkemikkig huisje dat uitkijkt op het vissersdorp en de haven. Liever had hij ook daar beneden willen wonen, en niet tussen de villa’s van de luierende blanken die zich achter hun muren verschansen. Maar Donald staat dit niet toe want ‘grijskoppen (…) horen in een veilige buurt.’ Het vissersdorp wordt geteisterd door armoede, misdaad en corruptie. De lokale bevolking voelt zich door alles en iedereen verraden. Uit pure wanhoop vluchten de jongeren in de tik (crystal meth). En of dat nog niet genoeg is, richt een vloedgolf enorme schade aan.

De confrontatie met de hedendaagse situatie in Zuid-Afrika werkt ontnuchterend. Wat heeft de bevrijding van het apartheidsregime opgeleverd? Zowel bruin als blank zijn ontevreden. Mulder probeert – nieuwsgierig als hij is – hardnekkig in contact te komen met de dorpelingen, maar hij blijft als Europeaan een witte buitenstaander. Om alsnog iets te kunnen betekenen ontfermen Mulder en zijn vroegere strijdmakker Donald  zich over Hendrik, een tikkop (iemand die verslaafd is aan tik). Ze proberen hem van zijn verslaving af te helpen. De verschillende visies op de manier van aanpak zorgen voor spanningen in de toch al broze vriendschap. Maar voor beiden staat vast: ‘Als Hendrik het haalt, komt ’t allemaal weer goed.’ Alles sal reg kom. Of toch niet?

Hoewel Mulders verblijf in Zuid-Afrika in het teken staat van mislukking en teleurstelling, is de roman zelf zeer geslaagd. Van Dis’ elegante stijl in combinatie met flarden Afrikaans maken het boek een genoegen om te lezen. Ondanks alle ellende valt er een hoop te genieten. De roman is doordacht, hoewel de karakters soms wat cliché zijn.

Tikkop geeft stof tot nadenken, maar Van Dis is geen zeurende moralist. Een terugkerend motief in het oeuvre van Van Dis is het zoeken naar de balans tussen afstand en engagement. Hier en daar schemert de journalistieke achtergrond van Van Dis toch iets te veel door. Hij kan het – net als Mulder – niet laten zich met de wereld te bemoeien.

De ‘geheugenreis’ brengt Mulder op een oud spoor: ‘Een rechtvaardige samenleving leek hem domweg mooier. En de kloof tussen arm en rijk was lelijk. Vet naast honger vloekte.’ Schoonheid zoekt Mulder, hij wil niet langer moreel verontwaardigd zijn. Hij gaat snel terug naar Parijs en gewoon de mensen nemen zoals ze zijn. Met verbazing naar ze kijken, meer niet. ‘De wereld nemen zoals ie was. Onrechtvaardig. Mooi soms.

Voor Inge
skemerkelkie
organisator op de lezing van:
Adriaan van Dis
26 april 2011
Leiden